Het sterkst staat u natuurlijk als u de overige leden mee krijgt in het aan de orde stellen van wat u heeft vastgesteld: niet naleven van bestaande regelingen en/of geen instemming vragen waar dat verplicht is. Zet het onderwerp op de agenda van een interne or-vergadering zodat alle leden de kans krijgen daar iets van te vinden. Weigert de voorzitter dat ook, gooi het dan bij de rondvraag of de mededelingen op tafel.
Als u de steun van de andere leden niet krijgt, kunt u gebruik maken van uw recht om in de overlegvergadering met de bestuurder – de directie dus – het woord te voeren. Zie daarvoor art. 23a, lid 1 van de Wet op de ondernemingsraden. Zo nodig gebruikt u daarvoor weer de rondvraag. Realiseer u wel dat u, als u dit doet zonder steun van de or, een persoonlijk risico loopt. Het is dan overduidelijk dat dit uw persoonlijke klacht is. Als or-lid bent u weliswaar wettelijk beschermd, maar eventuele kwaadwillenden kunnen u het leven wel zuur gaan maken.












