1. Wie lopen er risico?
Het gaat niet alleen om beeldschermwerk. Veel RSI-klachten komen voor in de industrie, agrarische bedrijven en de kappersbranche. Denk aan: kassawerk, vis- en vleesverwerking, lopendebandwerk, metselen, lassen en slijpen, champignons plukken.
2. Wanneer RSI aanpakken?
Er kunnen verschillende signalen zijn dat RSI speelt. De OR kan preventief met RSI aan de slag gaan als er veel werkzaamheden zijn waarbij vingers, handen, polsen, armen, schouders en nek belast worden. Verzuimmeldingen en RSI in de risicoinventarisatie- en evaluatie (RI&E) kunnen de aanleiding zijn. Of klachten van collega’s. Misschien is er al een PMO (Periodiek Medisch Onderzoek) uitgevoerd over RSI. De OR dient zelf af te wegen of het onderwerp RSI het meest urgente onderwerp is.
3. Is RSI het werkelijke probleem?
Mensen kunnen ook lichamelijk overbelast raken door andere oorzaken dan RSI. Het gaat dus niet alleen om slechte apparatuur, meubilair of slecht ontworpen software. Hoge tempodruk en andere stressverhogende factoren kunnen ook mede leiden tot RSI. Als dat het geval is, is het beter om die oorzaken direct aan te pakken, in plaats van onder de noemer ‘RSI’. Overigens: werkgevers hebben soms de neiging vooral de nadruk te leggen op de belastbaarheid van medewerkers. En minder op oorzaken in het bedrijf.
4. Welke norm wordt gehanteerd?
Voor alle medewerkers die blootstaan aan RSI-risico kunnen de volgende grenswaarden worden aangehouden:
- Na uiterlijk twee uur RSI-belastend werk tien minuten pauze of andersoortig werk.
- Maximaal vier tot zes uur RSI-belastend werk per dag, mede afhankelijk van de mate van RSI-belasting en intensiteit van de taken die men uitvoert.
- Meer dan vijf tot zes uur beeldschermwerk per dag is onverantwoord.
- De beeldschermwerkplek moet voldoen aan ergonomische eisen.
5. Wel of niet onderzoek?
Het kan handig zijn om te meten:hoeveel medewerkers hebben last van RSI? Wat zijn de oorzaken?
Met goed onderzoek hoeft de OR niet meer de discussie aan te gaan met de bestuurder of er wel of niet sprake is van RSI en wat de oorzaken zijn. Het is belangrijk dat de OR mede-opdrachtgever is. Maak vooraf afspraken met de bestuurder over wat er na het onderzoek gebeurt, wat de vervolgstappen zijn. Onderzoek moet leiden tot verbeteringen in de praktijk.
6. Hoe zit het met de achterban?
De OR kan de achterban raadplegen om te bepalen of er een probleem is met RSI, in welke richting de oorzaak gezocht moet worden en of er collega’s zijn met klachten. Het is belangrijk de achterban voorafgaand op de hoogte te brengen als er een onderzoek komt. De OR moet dan zeker niet vergeten achteraf de uitslag van het onderzoek te presenteren. Eventueel kan er een achterbanraadpleging plaatsvinden over de beste oplossingen.












