De volgende dag werd ik aangesproken door een mede-eigenaar. Hij kon zich wel vinden in mijn kanttekening dat ik deel uit zou willen maken van een driekoppig bestuur, dat wil zeggen twéé nieuwen erbij, en had besloten er eveneens over na te gaan denken. ‘Ik ken het klappen van de zweep wel een beetje,’ sprak ik bemoedigend. ‘Ik zit ook in het Dagelijks Bestuur van de ondernemingsraad.’ ‘De VVE is wel een grote verantwoordelijkheid,’ antwoordde hij.
Daar was ik even stil van. Werd hier nu dat waar ik een derde van mijn wekelijkse werktijd aan besteed, weggezet als een soort hobbyclubje dat af en toe iets roept omdat dat moet van de medewerkers? Hoe zit het dan met continu anticiperen op verschillende, soms ook strijdige belangen, het zoeken naar de juiste constructief-kritische toon, de inspanningen om een volwaardig gesprekspartner in alle lagen van het bedrijf te zijn? Een taak die mij wel eens een periodieke toename van blauw-grijze verkleuringen onder mijn oogleden bezorgt?
Een ondernemingsraad heeft juridisch gezien wellicht niet geheel dezelfde soort verantwoordelijkheid. Het is echter niet meer dan legitiem dat op enig moment medewerkers of juist een bestuurder vragen: ‘Waar was de OR?’ Een OR dient inzicht te hebben in de terreinen waar hij zich mee bezig moet houden, maar ook de grenzen van zijn bemoeienis te kennen. Moet passend handelen op diverse niveaus en schakelen met de functionarissen die daarbij horen. De juiste (pijn)punten aanstippen, waarbij kennis van zaken of die op het juiste moment bij de juiste partij inwinnen vaak niet overbodig is.
Onlangs spraken wij als ondernemingsraad met de toezichthouders over de door de Raad van Bestuur gewenste koers van de organisatie die met een herinrichting is ingezet. Het bespreekstuk met onze visie werd ‘gedegen’ genoemd, met ‘een zorgvuldige weging van personeels- en organisatiebelangen’, en de inhoud had ‘de gedachten gescherpt’.
Ik weet niet veel van onderhoud van het flatgebouw, maar een jaar of vijf geleden was ik ook zo groen als gras waar het complexe organisatorische zaken betreft. Ik weet wél dat een mens al doende kan leren en dat een goed bestuur met een gedegen en constructieve werkwijze ook het appartementencomplex zal versterken.













