"Er was een bestek gemaakt en ik vroeg: 'Maar wie heeft dan het V&G-plan gemaakt?' – 'Moest dat dan?' was het antwoord. Dus dat is nog van alledag, dat die vraag gesteld wordt."
Aan het woord is een van de geïnterviewden uit een onderzoek naar bouwveiligheid van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het instituut was specifiek benieuwd naar de ervaringen met Veiligheid en Gezondheidsplannen (V&G-plannen), de vergewisplicht en de rollen van de coördinatoren in de uitvoering en ontwerpfase.
Wat blijkt: niet alle wettelijke eisen zijn helder en eraan voldoen betekent nog niet dat je echt veiliger werkt. Zonde, vindt Marre Lammers, programmamanager bij het RIVM en een van de onderzoekers. Want Lammers gelooft er heilig in dat goed gebruik van die wettelijke eisen meerwaarde heeft. "Als je een V&G-plan als proces benadert en de coördinatierollen goed invult, dan denk ik echt dat dit kan bijdragen aan een veiligere bouwplaats."
Onvoldoende naleving veiligheidseisen
Tot die conclusie komt de onderzoeker na gesprekken met grote opdrachtgevers, veiligheidsexperts en werknemers uit de bouw die veiligheidsrollen uitvoeren. Uit een eerder onderzoek van TNO bleek dat naleving van de wet rondom veiligheidseisen onvoldoende was. Het RIVM wilde toen weten hoe de praktijk hiernaar kijkt.
Er volgde een verkennend onderzoek, waaruit bleek dat de sector verschillend omging met de zogeheten bouwprocesbepalingen. "Misschien wisten ze wel dat ze een V&G-plan moesten hebben. Maar wat daarin moest staan, dat lag net aan wie je het vroeg", herinnert Lammers zich. "Wij wilden toen weten: wat heeft de praktijk nu nodig om wél die bouwprocesbepalingen te gebruiken zodat ze ook echt de arbeidsveiligheid verbeteren?"
Kansen in rollen veiligheidscoördinatoren
De conclusie van het nieuwste onderzoek: verbetering is nog zeker mogelijk. Zo ziet Lammers vooral kansen in de rollen van de veiligheidscoördinatoren. Nu is er volgens de geïnterviewden onduidelijkheid over hun taken en verantwoordelijkheden. Ze gaven aan dat ze bevoegdheden missen om werk op de bouwplaats stil te leggen. "Hierdoor kunnen coördinatoren in onveilige situaties vaak alleen signaleren of personen aanspreken op hun gedrag'", schrijft het RIVM.
De geïnterviewden zetten daarnaast vraagtekens bij de dubbelrol. Het komt voor dat de 'coördinator ontwerpfase' ook de hoofduitvoerder is. Dat zorgt voor tegenstrijdige belangen. "Je kiest dan toch vaak voor het 'uitvoerderspetje'", zegt een van de respondenten in het onderzoek.
Even snel V&G-plan in elkaar flansen
Ook aan de voorkant gaat het nog niet altijd goed. Een geïnterviewde merkt op dat veel mensen "de rol van 'coördinator ontwerpfase' klakkeloos aannemen zonder dat ze überhaupt weten waarvoor ze verantwoordelijk zijn. Dat is natuurlijk wel een beetje kwalijk."
Daarnaast zou deze coördinator eerder betrokken moeten zijn, vindt een van de opdrachtgevers die het RIVM sprak. Nu kan die persoon vaak pas aan de slag als iedereen in het projectteam input heeft geleverd over veiligheid. Op de laatste dag van de ontwerpfase zit de coördinator dan "nog even snel dat plan in elkaar te flansen."
Met 'dat plan' doelt de opdrachtgever op het V&G-plan. Volgens Lammers komt dat nog vaak in de kast terecht. "Er is dan in ieder geval aan de wetgeving voldaan, is het idee in de praktijk. Maar de gedachte achter de wet is juist dat het een dynamisch proces is waarin je het plan aanpast naarmate het bouwproces vordert." Het gebeurt ook dat het maken van een veiligheidsplan wordt uitbesteed aan een externe partij en daarna wordt hergebruikt bij andere projecten. Niet bevorderlijk voor de veiligheid.
Daarnaast is de overdracht van ontwerp naar uitvoering niet goed. Soms moet de aannemer zelfs om het V&G-plan vragen. Dat moet anders, vindt Lammers. "Draag het over in een bespreking met de uitvoering."
Voldoen aan de wet versus veiliger werken
Het maken van veiligheidsplannen en het aanstellen van coördinatoren is niet nieuw. Waarom gaat het dan nog steeds niet goed? Lammers vindt die vraag lastig te beantwoorden. "Er is al veel informatie over de wetgeving en hoe je die toepast beschikbaar, al moet je daar wel even voor gaan zitten. Dat horen we ook terug van de opdrachtgevers." Té complex is het niet, denkt Lammers. Maar de bouw moet wel actiever met de eisen omgaan.
Lichtpuntjes ziet Lammers ook. Tijdens de gesprekken kwamen veel goede voorbeelden naar voren. Apps, dagstarts, een 4D-planning; de onderzoeker wordt enthousiast van alle initiatieven die er al zijn. "Dus aan de ene kant wordt de wetgeving onvoldoende nageleefd en zit er een gat tussen hoe de praktijk ermee omgaat. Daartegenover staan al die initiatieven die er dus wel degelijk zijn om samen veilig te werken."
Versterk de rollen van de coördinatoren, betrek ze eerder in het ontwerp, en maak niet alleen een V&G-plan maar een V&G-proces, zijn kortom de aanbevelingen.
Vergewisplicht moet echt helderder
Waar de bouw zelf maar weinig blaam treft, is de onduidelijkheid over de vergewisplicht. Opdrachtgevers moeten in de gaten houden of bouwers wel veilig kunnen werken. Maar wanneer er precies aan deze wet is voldaan, is niet duidelijk. Een geïnterviewde vertelt over een training waar het thema vergewissen aan bod komt. "Als we het over vergewissen hebben en hoever dat gaat, vliegen we elkaar soms bijna in de haren. Zo verschillend denken we daarover."
Ook voor Lammers is de vergewisplicht nog niet helder. Ze hoopt dat hier meer duidelijkheid over komt, misschien vanuit het ministerie van SZW. Verder zijn vooral opdrachtgevers aan zet. "Zij staan vooraan in de keten. Wettelijk hebben zij een belangrijke rol toebedeeld gekregen. Die verantwoordelijkheid moeten ze nemen door bijvoorbeeld het V&G-proces goed in te richten, een coördinator ontwerpfase aan te stellen en een warme overdracht te regelen."
Dit artikel verscheen in iets andere vorm op Cobouw














