Stel, jouw organisatie heeft net een RI&E uitgevoerd en er ligt een plan van aanpak. Maar de externe arbodienstverlener heeft nog wel een kanttekening geplaatst: "Wij ontvingen signalen over mogelijke psychosociale arbeidsbelasting. Dus lijkt het ons verstandig als je niet alleen een algemene RI&E opstelt, maar ook een aparte RI&E PSA."
Duidelijke taal, maar de directeur is niet meteen enthousiast. Want zo’n RI&E is altijd een tijdrovend en kostbaar verhaal, dus wil hij eerst het plan van aanpak uitvoeren. "Dan komt die RI&E PSA later wel." De preventiemedewerker is het hier niet mee eens. Hij vindt dat de directie het advies van de arbodienst zou moeten volgen. Maar hij loopt tegen een muur aan, want hij heeft geen expliciete bevoegdheden.
Arbo en or, natuurlijke bondgenoten
Het is een situatie die Porto Franco, or-trainer en veiligheidskundige bij tri-plus, regelmatig tegenkomt. En het voorbeeld onderstreept zijn betoog: de preventiemedewerker zou nu moeten samenwerken met een natuurlijke bondgenoot, de ondernemingsraad.

"Beide partijen beschikken namelijk over iets dat de ander niet heeft. Zo’n preventiemedewerker is waarschijnlijk iedere dag bezig met arbo, dus die weet precies wat er binnen het bedrijf speelt. De ondernemingsraad beschikt over een andere troef: instemmingsrecht. Dus in het bovenstaande geval kan die OR met zijn hakken in het zand gaan staan: 'Wij vinden dat er nú een aanvullende RI&E PSA moet worden uitgevoerd. Anders stemmen wij niet in met deze RI&E.'"
Instemmingsrecht bij RI&E
Een vruchtbare samenwerking voor arbo dus. Zeker als je bedenkt dat de ondernemingsraad nog meer rechten heeft. "Een or heeft niet alleen instemmingsrecht op de RI&E", zegt Franco, "maar ook op de manier waarop die RI&E wordt uitgevoerd. Zo adviseerde ik ooit een bedrijf met meerdere vestigingen, en daar ging het gesprek al snel over het ‘hoe’. Stellen we één RI&E rapportage op voor de hele organisatie, of maken we een deelrapportage per vestiging?"
"Juist de preventiemedewerker kan hier waardevolle input leveren. Die ziet in hoeverre de werkzaamheden per vestiging verschillen. En die zou aan de or kunnen adviseren om te kiezen voor die deelrapportage per vestiging. Als or en preventiemedewerker vervolgens samen een voorstel opstellen, legt dat natuurlijk veel gewicht in de schaal. Dan zullen werkgevers er al snel mee instemmen."
Ook instemmingsrecht bij PAGO
Daarnaast heeft de ondernemingsraad ook instemmingsrecht als het gaat om het Periodiek Arbeidsgeneeskundig Onderzoek (PAGO). En ook hier geldt: de or kan meebeslissen over de manier waarop dat onderzoek wordt uitgevoerd. "Ik heb ooit een bouwbedrijf geadviseerd, met diverse locaties verspreid over het hele land ", vertelt Franco. "Omdat die mensen worden blootgesteld aan harde geluiden, organiseerde de werkgever een gehoortest."
"Maar nu komt het: daarvoor moesten de medewerkers naar het hoofdkantoor. De or vond dat onhandig: het zou die mensen tijd en geld kosten, met waarschijnlijk weinig animo als resultaat. Ook hier zag je dat het instemmingsrecht werd gebruikt om het plan bij te slijpen. De or zei dat hij alleen zou instemmen als de gehoortest zou plaatsvinden in een mobiele bus. Dat is ook wat er uiteindelijk gebeurde: die bus met meetapparatuur ging langs alle projecten en er was een inhaaldag op het hoofdkantoor. Dat zorgde voor een veel hogere opkomst."
Steun in rug bij ketenaansprakelijkheid
Ook kan de or steun in de rug geven bij het klassieke probleem van de ketenaansprakelijkheid. "Dat zie je heel vaak bij bouwbedrijven,” zegt Franco. “Die werken met een beperkt aantal eigen medewerkers. Vervolgens schakelen ze allerlei onderaannemers in, die zelf ook weer met onderaannemers werken. Vaak is de directie van het hoofdbedrijf zich dan van geen kwaad bewust: 'Al onze mensen zijn VCA-gecertificeerd.'"
Maar wat nu als de preventiemedewerker constateert dat die onderaannemers juist aanzienlijk minder veilig werken? Geen helm, geen instructie in een andere taal dan Nederlands en al helemaal geen VCA-certificaat. "De or kan dan wijzen op de ketenaansprakelijkheid en aandringen op een clausule in het contract met onderaannemers. Daarmee zijn die verplicht om hun mensen VCA-gecertificeerd te laten werken. Ook wordt vastgelegd dat er geregeld steekproeven zullen zijn."
Belangrijk recht: het vierhoeksoverleg
Een goede samenwerkingspartner dus, die ondernemingsraad. Vandaar ook het belang van het zogenoemde vierhoeksoverleg. Franco wil dat belang graag nog eens onderstrepen. "Dit is een recht waarvan maar weinig ondernemingsraden op de hoogte zijn en arboprofessionals in het algemeen ook niet."
"Twee keer per jaar kun je het arbobeleid bespreken in een officiële setting. En wel met 4 partijen: de ondernemingsraad, de directeur, de interne arbodienstverlener (bijvoorbeeld de preventiemedewerker) en de externe arbodienstverlener (bijvoorbeeld de bedrijfsarts). Dit vierhoeksoverleg gebeurt in een officiële setting, zo worden er bijvoorbeeld notulen gemaakt. Zie artikel 24 van de Wet op de Ondernemingsraden (WOR): het bespreken van de algemene gang van zaken."
Arbozorg met diverse brillen
Dat biedt volgens Franco diverse voordelen. "Zo bekijkt ieder van die partijen de arbozorg weer met een andere bril. De bedrijfsarts ziet bijvoorbeeld mensen tijdens zijn spreekuur en weet daardoor waar ze over het algemeen mee kampen. Kortom: wat er mis is gegaan. De arboprofessional concentreert zich op de preventie, op de arbeidsomstandigheden op de werkvloer. De ondernemingsraad wil weten welke maatregelen de bestuurder gaat nemen om die preventie te ondersteunen, nu en in de komende maanden. En het is aan de bestuurder om eventuele plannen uit te voeren."
Tot slot benadrukt Franco dat je het vierhoeksoverleg zeker niet moet zien als een strijdtoneel. "Misschien is jouw organisatie niet zo arbo-minded. Dan is het beslist verstandig om als arboprofessional steun te zoeken bij de ondernemingsraad, een natuurlijke bondgenoot. Maar het is toch vooral een positieve businesscase. Laat vanuit arbo aan je gesprekspartners blijken dat het gaat om minder ongevallen, lagere verzuimkosten en een hogere productiviteit. Dat maakt het gesprek vaak constructiever en je krijgt vanzelf al zaken in beweging."












