Het Pensioen ABC

Het Pensioen ABC
Freeimages

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

Actuarieel herrekenen
Het herrekenen van aanspraken bij een (gedeeltelijk) gewijzigde ingangsdatum of omzetting in een andere pensioensoort, bijvoorbeeld partnerpensioen. Daarbij wordt rekening gehouden met de actuariële grondslagen.

Actuariële grondslagen
Gegevens zoals rekenrente, sterftekansen, arbeidsongeschikheidskansen, loonontwikkeling en kosten die gebruikt worden om de hoogte van premie en voorzieningen te berekenen die nodig zijn om de pensioentoezeggingen te kunnen realiseren.

Actuariële oprenting
Het actuarieel verhogen van de aanspraak op ouderdomspensioen bij uitstel van de ingangsdatum van dat pensioen. (Zie ook VUT).

Anw
Anw is de afkorting voor de Algemene nabestaandenwet. Bij het overlijden van de verzekerde geeft de Anw recht op een nabestaandenuitkering aan de partner, wanneer deze jonger is dan 65 jaar. Onder partner wordt verstaan, degene met wie de overleden verzekerde gehuwd was, een geregistreerd partnerschap had, of een gemeenschappelijke huishouding voerde. Het recht op een Anw-uitkering (met uitzondering van de uitkering voor wezen) is afhankelijk van leeftijd, gezinssamenstelling en mate van arbeids(on)geschiktheid van de nabestaande. Ook is het eventueel eigen inkomen van invloed op de hoogte van de Anw-uitkering. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) betaalt deze uitkering.

AOW
AOW is de afkorting voor de Algemene Ouderdomswet. De uitkering is een basispensioen en gaat in op de dag waarop de verzekerde de voor hem of haar geldende AOW-leeftijd bereikt. Op de website van Rijksoverheid is een module opgenomen om de AOW-leeftijd te berekenen. De AOW-uitkering duurt tot aan de laatste dag van de maand waarin de verzekerde overlijdt. De hoogte van het AOW-pensioen is afhankelijk van de burgerlijke staat en de gezinssituatie van de verzekerde. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) betaalt deze uitkering.

Backservice
Dit is alleen van toepassing bij een eindloonregeling. Het is een verhoging van pensioenaanspraken over de verstreken dienstjaren, als de pensioengrondslag wordt verhoogd.

Bedrijfstakpensioenfonds
Een bedrijfstakpensioenfonds is een uitvoerder van pensioenregeling(en) voor één of meer bedrijfstakken. De bedrijfstakken zijn vaak bij het bedrijfstakpensioenfonds aangesloten omdat dit verplicht is. De werkgevers uit deze bedrijfstakken zijn vaak door de CAO die zij volgen of door de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet Bpf 2000) verplicht om zich aan te sluiten bij het bedrijfstakpensioenfonds.

Beschikbare premieregeling
Dit is een pensioensysteem waarbij een premietoezegging wordt gedaan in plaats van een pensioentoezegging. Met de jaarlijks beschikbaar gestelde premies wordt een pensioenkapitaal opgebouwd waarmee op de pensioendatum een pensioen moet worden aangekocht. De hoogte van het pensioenkapitaal is afhankelijk van de ingelegde beschikbare premies en de behaalde rendementen. De hoogte van het pensioen is afhankelijk van de hoogte van het pensioenkapitaal en de rentestand op de pensioendatum.

Bijzonder partnerpensioen
Het deel van het partnerpensioen dat bij overlijden van een deelnemer bestemd is voor een ex-partner.

Collectieve pensioenregeling
Pensioenregeling van een werkgever die geldt voor alle voor werknemers.

Combinatieregeling
Dit is een pensioenregeling die uit twee of meer pensioensystemen is samengesteld. Dit kan bijvoorbeeld een combinatie van een eindloon- en middelloonregeling zijn of eindloon- en beschikbare premieregeling. De verschillende systemen zijn vaak voor verschillende salariscomponenten. Zo kan het zijn dat voor uren in de ploegendienst in een ander pensioensysteem pensioen wordt opgebouwd. Maar het kan ook zo zijn ingericht, dat boven een bepaalde salarisgrens in een ander pensioensysteem pensioen wordt opgebouwd.

Eindloonregeling
Dit is een pensioensysteem waarbij de hoogte van het ouderdomspensioen wordt bepaald door de laatst vastgestelde pensioengrondslag. Bij een eindloonregeling kan sprake zijn van een backservice.

Franchise
Dit is het deel van het salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd omdat men later AOW ontvangt. De hoogte van de franchise is vaak afgeleid van de hoogte van het AOW-pensioen. Het ouderdomspensioen is namelijk een aanvulling op het AOW-pensioen.

Indexatie
Zie toeslagverlening

Herstelplan
Als een pensioenfonds een dekkingsgraad heeft van lager dan 105% moet het een herstelplan indienen bij De Nederlandsche Bank. De dekkingsgraad is de verhouding tussen de bezittingen en de verplichtingen van het pensioenfonds. In het herstelplan moeten de maatregelen beschreven worden die het pensioenfonds gaat nemen om de dekkingsgraad binnen drie jaar weer op het minimaal vereiste niveau van 105% te brengen. In 2015 komt er naar verwachting een nieuw Financieel toetsingskader voor pensioenfondsen. Het wetsvoorstel heeft als doel om te komen tot meer stabiele toekomstbestendige pensioencontracten.

Kapitaaldekking
Dit is een (verplichte) financieringsvorm van pensioenaanspraken. Het zorgt ervoor dat de pensioenaanspraken en het kapitaal ter dekking van die aanspraken min of meer gelijktijdig worden opgebouwd. Ieder jaar wordt een premie of koopsom gestort. Dit geld wordt door de pensioenuitvoerder beheerd en belegd. Voor iedere deelnemer bouwt de pensioenuitvoerder zo het kapitaal op dat nodig is om later het pensioen uit te betalen.

Levensloopregeling
De levensloopregeling was een spaarregeling die per 1 januari 2006 werd ingevoerd voor het financieren van alle soorten van onbetaald verlof. De levensloopregeling is per 1 januari 2012 beëindigd. Wel konden werknemers die eind 2011 een saldo op hun levensloopregeling hadden van meer dan € 3.000 blijven doorsparen tot eind 2021.

Loonontwikkeling
Dit is de algemene ontwikkeling van de lonen van werknemers binnen een bepaalde onderneming, een bepaalde bedrijfstak of in een bepaald land. Hierbij wordt geen rekening gehouden met individuele loonsverhogingen als gevolg van de carrière van de werknemers binnen de bepaalde groep. De loonontwikkeling binnen een bedrijf of de algemene loonstijging in Nederland (CBS, indexcijfer van cao-lonen) wordt vaak gebruikt als maatstaf voor het vaststellen van de indexatie/toeslag.

Middelloonregeling
Dit is een pensioensysteem waarbij de hoogte van het ouderdomspensioen gebaseerd is op de gemiddelde pensioengrondslag tijdens de periode van deelname aan de pensioenregeling.

Nabestaandenpensioen
Dit is een verzamelnaam voor partnerpensioen en wezenpensioen.
Het is het pensioen dat aan de partner en kinderen wordt uitgekeerd bij overlijden van de deelnemer aan de partner.

Ondernemingspensioenfonds
Een pensioenfonds dat verbonden is aan een onderneming of aan een groep van ondernemingen. Bijna altijd heeft een ondernemingpensioenfonds de rechtsvorm van een stichting. Let op: ondernemingspensioenfondsen zijn niet gelijk aan bedrijfstakpensioenfondsen.

Ouderdomspensioen
Dit is het pensioen dat na pensionering van de deelnemer levenslang maandelijks wordt uitgekeerd.

Partnerpensioen
Dit is het pensioen dat wordt uitgekeerd aan de partner bij overlijden van de deelnemer. Onder partner wordt verstaan: degene met wie de overleden verzekerde gehuwd was, een geregistreerd partnerschap had. Vaak wordt als partner ook verstaan degene met wie de overleden verzekerde een gemeenschappelijke huishouding voerde.

Pensioengevend salaris
Dit is het jaarsalaris dat als uitgangspunt wordt gebruikt bij het bepalen van de pensioenopbouw.

Pensioengrondslag
De grondslag voor de pensioenopbouw van de deelnemer vormt de pensioengrondslag. Deze wordt berekend door het pensioengevend salaris te verminderen door de franchise die volgens het pensioenreglement voor dat jaar geldt.

Pensioen Premie Instelling (PPI)
Een PPI is een nieuwe pensioenuitvoerder die sinds 2011 naast pensioenfondsen en verzekeraars arbeidsgerelateerde pensioenregelingen mag uitvoeren. Een PPI kan alleen beschikbare premieregelingen uitvoeren. De PPI mag zelf geen risicodrager zijn en moet dus het verzekeren van risico’s als overlijden en arbeidsongeschiktheid elders onderbrengen.

Pensioenrichtleeftijd/pensioenrichtdatum
De leeftijd waarop volgens het pensioenreglement het ouderdomspensioen standaard ingaat. Sinds 1 januari 2014 dient de opbouw van pensioenregelingen gericht te zijn op een pensioenrichtleeftijd van 67 jaar.

Pensioenwet
Het geheel van geldende rechtsvoorschriften over pensioen. Deze wet is per 1 januari 2007 in werking getreden.

Prepensioen
Vanaf 1 januari 2006 is deze vorm van vervroegde pensionering fiscaal niet meer toegestaan voor deelnemers die zijn geboren op of na 1 januari 1950. De werkgever kan de prepensioenregeling voor deelnemers die geboren zijn voor 1 januari 1950 voortzetten. Dit is wettelijk toegestaan.

Prijsontwikkeling
Dit is de algemene prijsontwikkeling in Nederland, ook wel inflatie genoemd.
De prijsontwikkeling in Nederland (CBS, consumentenprijsindexcijfer) wordt vaak gebruikt als maatstaf voor het vaststellen van de indexatie/toeslag.

Risicodekking
Is een wijze van financiering waarbij niets wordt opgebouwd maar alleen het risico wordt verzekerd. Dit wordt vaak gebruikt bij een nabestaandenpensioen. Een nabestaandenpensioen op basis van risicodekking houdt in dat er alleen een verzekering is getroffen. Als de deelnemer uit dienst gaat, en vervolgens overlijdt, wordt er geen nabestaandenpensioen uitgekeerd aan de partner en/of kinderen van de verzekerde.

Als het nabestaandenpensioen niet op basis van risicodekking is maar op basis van kapitaaldekking, dan is er nog wel een nabestaandenpensioenuitkering bij overlijden na een vertrek.

Toeslagverlening
Het ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen wordt meestal jaarlijks verhoogd. Men noemt dit nog vaak indexatie. In de wet wordt echter niet meer gesproken van indexatie, maar van toeslagverlening. Het doel van een indexatie/toeslag is ervoor te zorgen dat de pensioenuitkering welvaartsvast of waardevast blijft.
Van welvaartsvast is sprake als het pensioen wordt verhoogd met de gemiddelde loonstijging in Nederland. Van waardevast wordt gesproken als het pensioen wordt verhoogd met de gemiddelde prijsstijging in Nederland. Als indexcijfer worden vaak het consumentenprijsindexcijfer (CPI) (zie prijsontwikkeling) en indexcijfers van CAO-lonen (zie loonontwikkeling) gehanteerd. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) stelt deze indexcijfers vast.

VUT
VUT staat voor vervroegde uittreding. VUT maakt het mogelijk om eerder met pensioen te gaan dan op de 65-jarige leeftijd. Vanaf 1 januari 2006 zijn VUT-regelingen fiscaal niet meer toegestaan, behalve voor deelnemers die voor 1 januari 1950 zijn geboren. Wel zullen deze deelnemers moeten voldoen aan de actuariële oprenting, wanneer de ingangsdatum wordt uitgesteld omdat de deelnemer blijft werken.

Waardeoverdracht
De mogelijkheid om het opgebouwde pensioen bij de oude pensioenuitvoerder mee te nemen naar de nieuwe uitvoerder . In sommige gevallen is de pensioenuitvoerder verplicht om mee te werken aan een waardeoverdracht, in andere gevallen is de pensioenuitvoerder niet daartoe verplicht.  Of waardeoverdracht zinvol is, hangt van de omstandigheden van het geval.

Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloop (Wet VPL)
Vanaf 1 januari 2006 zijn de belastingvoordelen voor VUT en prepensioenregelingen door de Wet VPL geschrapt. Tegelijkertijd maakte deze wet het mogelijk om met belastingvoordeel voor verlof te sparen via de levensloopregeling. Het uiteindelijke doel van deze wet was het bevorderen van de arbeidsparticipatie door ouderen. Daarom werd de pensioenrichtleeftijd met invoering van deze wet verhoogd naar 65 jaar. Inmiddels is de levensloopregeling beëindigd (behalve voor wie eind 2011 een saldo van meer dan € 3.000 had) en per 1 januari 2014 is de pensioenrichtleeftijd verhoogd van 65 naar 67 jaar.

Wezenpensioen
Dit is pensioen dat bij overlijden van de verzekerde wordt uitgekeerd aan de kinderen van de overleden deelnemer. Deze uitkering duurt meestal totdat de kinderen een bepaalde leeftijd hebben bereikt. Daarnaast wordt voor volle wezen (waarvan beide ouders niet meer in leven zijn) de uitkering vaak verdubbeld.

WIA
Dit is de afkorting van ‘Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen’.
De WIA bestaat uit twee regelingen, afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid:
– IVA (Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten); en
– WGA (Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten).
Deze wet geldt voor werknemers die op of na 1 januari 2004 ziek zijn geworden. Werknemers die voor 1 januari 2004 ziek zijn geworden blijven onder de oude WAO vallen. Zie voor meer informatie de website van de Sociale Verzekeringsbank.

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.