Delegeren, wat is dat eigenlijk? Delegeren komt erop neer dat je weliswaar verantwoordelijk bent voor een bepaalde kwestie, maar dat je een ander vraagt om die kwestie in jouw naam af te handelen. Zo is de medezeggenschap ervoor verantwoordelijk dat de mening van de medewerkers meeweegt als de directie bepaalde besluiten neemt. Het daadwerkelijk formuleren van de mening kan, evenals het meedelen van die mening aan de directie, aan een werkgroep of commissie worden gedelegeerd.
Licht of zwaar
Er zijn allerlei manieren om te delegeren, maar we kunnen twee ideaaltypen onderscheiden. De eerste is ‘licht delegeren’. Dat betekent dat de persoon, werkgroep of commissie waarnaar de OR een kwestie delegeert wel informatie opzoekt en meningen voorbereidt, maar dat vervolgens de OR de knoop doorhakt. Het zwaartepunt van de inhoudelijke discussie ligt dan in de OR. De tweede is ‘zwaar delegeren’. Als daarvan sprake is neemt de OR de besluiten van de werkgroep of commissie doorgaans over. Alleen bij heel zware argumenten voert hij de discussie opnieuw. Aandachtspunten zijn verder of de commissie of werkgroep zelfstandig met de werkgever (of afdeling P&O, of andere interne deskundigen) kan praten en daar standpunten naar voren kan brengen.
Valkuilen
De voordelen van delegeren zijn onmiskenbaar, en toch zien we het in de praktijk van de medezeggenschap vaak misgaan. Al bestaan met name op het werkveld arbeidsomstandigheden wel goede en zelfstandig functionerende commissies. Waar gaat het mis? In de eerste plaats zien we dat OR-leden die zien dat de werkgroep of commissie een kant op gaat die hun niet zint, gaan ingrijpen in het proces. Zij vragen de commissie om nu en dan eens te komen ‘bijpraten’ en gaan dan tot op detailniveau de inhoudelijke discussie aan. In de tweede plaats zien we dat, ook als het een ’zware delegatie’ betreft, de OR er niet in slaagt om de uitkomst van de commissie te accepteren. Tijdens de plenaire OR-vergadering passeren opnieuw alle argumenten en afwegingen de revue, met (als het goed is) dezelfde uitkomst. Beide valkuilen komen erop neer dat OR-leden de kwestie niet kunnen loslaten, niet vertrouwen op de goede uitkomst in een commissie of werkgroep. Ieder OR-lid wil dan zelf de handen aan het stuur houden. Zo verkeert het voordeel van delegeren in een nadeel: de discussie wordt twee keer gevoerd. Een derde en heel populaire valkuil heet ‘mandaat vaststellen’. De voltallige OR gaat dan tot op de millimeter bepalen aan welke maatstaven het resultaat van de werkgroep of commissie moet voldoen. Dat bindt de handen en doodt iedere creativiteit. Vertrouwen in (de samenstelling van) de commissie werkt doorgaans beter.
Zie ook:
– Het instellen van een commissie >












