Als je aan zo’n OR-lid vraagt of je als lid van de achterban nog een nieuwsbrief kan verwachten, zegt hij: ‘Ja hoor, de PR-commissie is ermee bezig!’ Drie maanden later is er nog steeds geen nieuwsbrief.
Ja ja, OR-leden zijn drukke baasjes. Om naast het gewone werk al die OR-vergaderingen te kunnen volgen, moet je flink aanpoten. Zo’n driedaagse OR-cursus hakt er ook flink in. Als je terugkomt, moet je eerst weer een berg achterstallig werk inhalen, en dan dwarrelt de volgende adviesaanvraag weer op je OR-bureau. Die vergadering van de PR-commissie moeten we maar weer drie weken opschuiven.
Als ik in een cynische bui ben, denk ik wel eens dat dit soort ondernemingsraden een prettige relatie met de directeur belangrijker vindt dan die met hun achterban. Het bedrijfsbelang is blijkbaar van een hogere orde dan het belang van de werknemers. De OR is een soort schaduwmanager geworden, waarmee de directie lekker kan sparren. De OR vindt bij een adviesaanvraag altijd wel een paar te scherpe kantjes, de directie is toegeeflijk, schaaft wat details bij, en de OR kan weer tevreden naar huis. De directeur ook. En die nieuwsbrief, ach, die maken we volgende week wel.
Een van de weinige concrete verbeteringen die de vorige minister heeft voorgesteld, is de OR wettelijk te verplichten in het reglement op te nemen hoe het contact met de achterban is geregeld. Hopelijk zal het huidige kabinet dat voorstel overnemen. Ik ben er een groot voorstander van. Het is zo evident en al vele malen aangetoond dat een regelmatig contact met de achterban van cruciaal belang is om als ondernemingsraad je werk goed te kunnen doen. Het is een wijd open deur: zonder regelmatig contact met je achterban, kun je onmogelijk een goede OR zijn.
Deze blog is geschreven door Jos Everaers, toenmalig hoofdredacteur van Praktijkblad Ondernemingsraad.













