Denk goed na over een te starten procedure

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

<P>De or stelt dat Tata Steel heeft besloten een tweeploegendienst in te zetten op een bepaalde afdeling en dat dit besluit instemmingsplichtig is. In plaats van instemming te vragen is de or door Tata Steel slechts geïnformeerd over het besluit. De or start een kortgedingprocedure bij de kantonrechter en vordert een verbod op verdere uitvoering van het besluit op straffe van een dwangsom. Tata Steel stelt zich daarentegen op het standpunt dat het aanvankelijk inderdaad de bedoeling was om een twee­ploegendienst in te zetten, maar dat daar later op is teruggekomen en dat het huidige besluit met name ziet op het inzetten van reeds ingehuurd personeel. Daarnaast stelt Tata Steel dat de or geen spoedeisend belang heeft bij zijn vorderingen in kort geding en dat de procedure bij de Bedrijfscommissie (BC) gewoon moet worden afgewacht, nu haar advies bijna gereed is.</P> <P><B>Oordeel kantonrechter</B><br>De kantonrechter stelt voorop dat een vordering in kort geding alleen toewijsbaar is als verwacht kan worden dat ook de bodemrechter de vordering zal toewijzen. De kantonrechter meent dat de BC-procedure moet worden afgewacht omdat daar wellicht door bemiddeling een oplossing kan worden bereikt en anders in ieder geval een advies wordt uitgebracht. Als er voldoende redenen zouden zijn om die procedure niet af te wachten, zou de kantonrechter in kort geding toch al een uitspraak kunnen doen. Maar die redenen zijn niet door de or aangevoerd. Tevens weegt de kantonrechter mee dat de or zelf meer dan twee maanden heeft gewacht met het aanhangig maken van de procedure, terwijl het BC-advies nu elk moment kan komen. De or vraagt nog of de kantonrechter in ieder geval kan laten weten of het besluit instemmings- of adviesplichtig is. De kantonrechter oordeelt echter dat hij daar geen uitspraak over mag doen, gelet op het voorlopige karakter van de procedure. Dat kan alleen in een bodemzaak. De vorderingen worden dus afgewezen. </P> <P><B>Commentaar</B><br>Een or kan voor alle geschillen naar de kantonrechter, maar daar wordt hij niet-ontvankelijk verklaard als niet eerst bemiddeling door de BC is gevraagd op grond van de algemene geschillenregeling van artikel 36 WOR. En de or moet binnen dertig dagen na het advies van de BC de bodemzaak bij de kantonrechter aanhangig maken. Het is wel mogelijk om een kort geding aanhangig te maken bij de kantonrechter; dan hoef je niet eerst naar de BC te zijn gegaan. In dit geval heeft de or blijkbaar op twee paarden gewed: een bodemprocedure bij de BC en een kort geding bij de kantonrechter.<br> Voor een succesvol kort geding is een spoedeisend belang onontbeerlijk. Het is dan belangrijk niet te lang te wachten. Precies dit nekt de or: een bodemprocedure starten bij de BC en die niet afwachten terwijl die procedure bijna is afgerond, en te laat een kort geding starten – althans volgens de kantonrechter. De or heeft strategisch niet slim gehandeld. Het is van belang om direct goed doordachte keuzes te maken over te starten procedures.</P> <P>Kantonrechter Haarlem, 11 mei 2011</P> <P>Auteur: Inge Hofstee</P> <P>Meer interessante en relevante jurisprudentie vind je in <A href="http://www.kluwershop.nl/or/details.asp?pr=8569">Rechtspraak voor Medezeggenschap.</A> </P>

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.