Geen ontslagvergoeding! Of toch wel?

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

<P>Een onderneming bevindt zich al enige tijd in zwaar weer. De werkgever ontslaat daarom negen werknemers en betaalt ze een ontslagvergoeding gelijk aan de neutrale kantonrechtersformule. Pogingen om het bedrijf in afgeslankte vorm voort te zetten lopen uiteindelijk op niets uit. De werkgever ziet zich genoodzaakt over te gaan tot sluiting. De 15 overgebleven werknemers worden ontslagen zonder ontslagvergoeding. De werkgever stelt dat daar inmiddels geen geld meer voor is. Eén van de werknemers uit de tweede ontslagronde vordert in een kennelijk onredelijk ontslag-procedure schadevergoeding van de werkgever. Hij stelt dat hem, net als de negen werknemers die eerder zijn ontslagen, een vergoeding in verband met de beëindiging van de arbeidsovereenkomst toekomt. De kantonrechter wijst de vordering af. De werknemer gaat in hoger beroep.</P> <P><B>Het Hof</B><br>Het gerechtshof is het met de werknemer eens. Naar het oordeel van het hof had de werkgever ten tijde van het aangaan van de beëindigingsovereenkomsten met de werknemers uit ‘ontslagronde 1’ zich moeten realiseren dat de onderhandelingen over de samenwerking met een andere onderneming, nog niet in een stadium verkeerden dat (nagenoeg) zeker was dat een samenwerking daadwerkelijk tot stand zou komen. Door slechts aan de werknemers van ‘ontslagronde 1’ een aanzienlijke beëindigingsvergoeding toe te kennen, maar niet aan de werknemers van ‘ontslagronde 2’, heeft de werkgever onvoldoende in aanmerking genomen dat voor alle werknemers gold dat de oorzaak van de beëindiging van hun dienstverband was gelegen in de bedrijfseconomische omstandigheden van de werkgever. Het had daarom op de weg van de werkgever gelegen om te onderzoeken of hij op enigerlei wijze de nadelige (financiële) gevolgen voor de werknemers van ‘ontslagronde 2’ bij een beëindiging van hun dienstverband had kunnen ondervangen. Dit geldt vooral in verband met het korte tijdsverloop tussen ‘ontslagronde 1’ (9 januari 2009) en ‘ontslagronde 2’ (25 februari 2009). De werkgever heeft dit echter niet onderzocht. Daarom zijn de gevolgen van de opzegging voor de werknemer te ernstig in vergelijking met het belang van de werkgever bij de opzegging. Het hof acht de opzegging van de arbeidsovereenkomst met de werknemer dan ook kennelijk onredelijk en is van oordeel dat toekenning van een schadevergoeding in dit geval op zijn plaats is. </P> <P><B>Conclusie</B><br>Indien meerdere ontslagrondes elkaar (met korte tussenpozen) opvolgen – vanwege de slechte financiële situatie van de werkgever – hoeft de werknemer die geen ontslagvergoeding mee krijgt omdat het geld op zou zijn, zich daar dus niet zonder meer bij neer te leggen. Het niet toekennen van een ontslagvergoeding aan (een groep) werknemers terwijl aan werknemers in eerdere ontslagrondes wel een ontslagvergoeding is toegekend, kan de opzegging onder omstandigheden kennelijk onredelijk maken. </P> <P>Gerechtshof Arnhem, 26 juli 2011</P> <P>Auteur: Eva Knipschild</P> <P>Meer interessante en relevante jurisprudentie vind je in <A href="http://www.kluwershop.nl/or/details.asp?pr=8569">Rechtspraak voor Medezeggenschap.</A> </P>

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.