‘De kussens werden flink opgeschud’

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

Dat het Slotervaartziekenhuis het eerste commerciële ziekenhuis van Nederland zou worden, stond niet in de sterren geschreven: de gemeente Amsterdam wilde juist toegankelijker zorg voor mensen met lage inkomens. Maar het ziekenhuis raakte in financiële problemen. Met steun van specialisten en or verzette het zich jarenlang tegen maatregelen die gericht waren op vermindering van de beddencapaciteit rondom de hoofdstad. Daardoor raakte het met verzekeraar Agis in conflict over vergoedingen, en liep het een belastingschuld op van tien miljoen euro. Eind augustus 2006 leek die schuld de nekslag te worden. Te elfder ure werd het geld gestort, door een onbekende investeerder: Meromi, eigendom van projectontwikkelaar Jan Schram en Aysel Erbudak. Met hun hulp kwam vervolgens ook een deal met Agis tot stand. Het Slotervaartziekenhuis was gered. Maar het was tegelijk het eigendom geworden van een particuliere investeerder die inspeelde op de door de regering gewenste commercialisering.
‘Wij vonden dat doodeng’, zegt Rita Betjes, ambtelijk secretaris van de or. Maar net als or-voorzitter Mimoen Ahmidi beaamt ze volmondig dat Meromi wel twee dingen deed waarvoor de or jarenlang voor op de barricaden had gestaan: het garandeerde dat het ziekenhuis geen afdelingen hoefde te sluiten en het nam in één keer de druk van Agis weg.

De or bleef toch op zijn hoede. Aysel Erbudak, de nieuwe directrice, kwam uit een andere sector en was veroordeeld voor fiscale fraude. In het voorjaar van 2007 stopte het or-voorzitterschap van Ivo van der Werk na een integriteitsonderzoek door de Raad van Bestuur. De or vatte dat op als een onderzoek tegen hemzelf, stapte naar de rechter en die bluste het vuurtje door beide partijen een verklaring te laten tekenen – alleen Van der Werk ging weg.

De or is omgeschakeld naar een andere manier van opereren. Ten dele lag dat aan de nieuwe omstandigheden, maar ook aan Erbudak. ‘Ik ben pro medezeggenschap. Maar ik heb meteen tegen de or gezegd dat er over veel gepraat kon worden, maar dat ik wel de baas ben’, zegt ze. ‘Toen ik hier kwam, leek het wel alsof de or meebestuurde.’ Die omschakeling kostte tijd, maar wat volgens de or erg hielp, was een geregelder contact met de Raad van Toezicht. Uiteindelijk won Erbudak het vertrouwen van de or.

‘We zijn heel blij met hoe het nu gaat’, zegt Rita Betjes. Mimoen Ahmidi: ‘Wat iedereen ná de overname bezighield, was de vraag of de kwaliteit van de zorg gewaarborgd bleef. Maar aan de zorg worden hier geen concessies gedaan. Er wordt kritisch op de kosten gelet – dat wel.’

Dat is het meest zichtbaar in het weghalen van organisatielagen. Alles wat coördinator heette, haalde Erbudak eruit. ‘Of manager’, haakt ze monter in. ‘De verantwoordelijkheid voor de zorg was vroeger verdeeld over afzonderlijke afdelingshoofden, maar er moest wat mij betreft tijdens alle diensten één persoon zijn die de hele patiëntenstroom in de gaten hield’. Dat heeft ze ook bereikt.

Lees meer over

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.