Tenminste: zolang het bedrijf niet tekort schiet op goed werkgeverschap.
Feiten
Een werknemer is sinds 1992 in dienst van KPN als beheerder. Op de arbeidsovereenkomst is de Mobiliteits-cao van toepassing. Daarin staat onder meer dat een werknemer bij een reorganisatie een tijdlang compensatie krijgt voor verlies aan onregelmatigheidstoeslagen; de zogeheten TO-garantie. In dit geval verandert KPN het werkrooster, waardoor de werknemer 12 procent minder inkomsten heeft doordat hij minder onregelmatigheidstoeslag krijgt. Voor deze wijziging heeft de ondernemingsraad voorwaardelijke instemming gegeven, met als voorwaarde dat de TO-garantie zou gelden. De werknemer maakt daar aanspraak op.De kantonrechter
De werknemer kan geen beroep doen op de Mobiliteits-cao omdat er geen sprake is van een reorganisatie. Maar KPN is er toch aan gehouden, op grond van artikel 7:611 jo. 3:12 BW: goed werkgeverschap en redelijkheid en billijkheid. De medewerker en zijn collega’s die met de nieuwe werktijdenregeling te maken kregen, konden, gezien de voorwaarde van de ondernemingsraad, verwachten dat KPN op zijn minst overleg zou hebben gevoerd over een afbouwregeling zoals omschreven in de Mobiliteits-cao.De kantonrechter vond geen bewijs dat KPN met die voorwaarde rekening heeft gehouden. Als de werknemer, zoals hij stelt maar door KPN wordt betwist, al twee jaar een TO-garantie krijgt, moet KPN die voortzetten.












